De zoutdruk

De algemene term "zoutdruk" beschrijft een éénlagige zilverdruk, gefixeerd in natriumthiosulfaat en waarbij het zilverbeeld zich, zonder bindmiddel, tussen de papiervezels van de drager bevindt.

Het procédé werd afgeleid van de originele "photogenic drawings" van Talbot waarbij een, met een keukenzoutoplossing doordrenkt, kwaliteitspapiervel lichtgevoelig gemaakt werd met zilvernitraat, waardoor zilverchloride verkregen werd en, na belichting, "gefixeerd" werd met een sterke natriumchloride oplossing. Hiermee bezat Talbot de nodige technologie om fotografische prints op papier te verwezenlijken. Het lichtgevoelige papier verzwartte vlug onder daglichtbelichting. Het beeld ontstond spontaan bij de belichting, vanwaar de benaming P.O.P. (Printing-Out-Paper) of direct verzwartingspapier, ook zelfontwikkelend papier, in tegenstelling tot het latere D.O.P. (Developing-Out-Paper) waarbij een chemische ontwikkeling nodig is om het beeld op te wekken.

De fotogenische tekeningen waren onstabiel daar de onbelichte zilverchloride alleen gedesactiveerd en niet verwijderd werd. Zij blijven hierdoor ietwat lichtgevoelig. Het is de manier van fixeren die het essentieel verschil met de zoutdruk uitmaakt.

Het fotogenische procédé werd allereerst gebruikt voor het bekomen van negatieve afdrukken van bladeren, etsen, kantwerk en andere voorwerpen die op het lichtgevoelig papier in het zonnelicht geplaatst werden; later experimenteerde Talbot het fotogenische procédé met een opname-apparaat afgeleid van de camera obscura die hij als tekenaar gebruikte alvorens aan zijn fotografische experimenten te beginnen.

Het indringen van de lichtgevoelige oplossing in het papier werd geregeld door oppervlakte-additieven, zoals stijfsel of gelatine, die eveneens de beeldkleur beïnvloeden. De kleur van alle P.O.P. prints hangt van verschillende factoren af:

- de oppervlaktekarakteristieken van het papier: hoe korreliger het oppervlak hoe meer refractie en hoe roder de beeldkleur; hoe glanzender het oppervlak, hoe blauwer de beeldkleur;
- alle additieven beïnvloeden de beeldkleur: stijfsel geeft een bruin-purpere kleur en gelatine een meer roodachtige kleur;
- de lichtintensiteit bij de belichting beïnvloedt eveneens de beeldkleur;
- de fixeermethode determineert vooral de verkleuring van de hoge lichten:
+ thiosulfaat geeft een geelachtige weerkaatsing;
+ kaliumjodide geeft een seringkleur;
+ kaliumbromide geeft een roze kleur.

Historische zoutdrukken hebben gewoonlijk een roodachtig-bruine, een purpere, of een geelbruine kleur. Zij werden op een uitgebreid gamma van papiersoorten vervaardigd. Zoutdrukken vertonen veelal tekens van beeldverbleking die zich kunnen voordoen als variaties in beeldkleur, als randverbleking, of als gemis aan detail in de hoge lichten. Het grote voordeel van Talbots negatief-positiefsysteem in tegenstelling tot de Daguerreotypie was de mogelijkheid om veelvuldige kopieën van eenzelfde beeld te kunnen printen.

Talbot zelf buitte dit voordeel uit door de uitgave, tussen 1844 en 1846, van het allereerste met zoutdrukken geïllustreerde boek "The Pencil of Nature".

Het waren de hierboven beschreven beschadigingen die bij de opkomst van de zoutdruk de noodzaak tot de oprichting van de onderzoekscommissies van de jaren 1850 in het leven riep. Deze laatsten toonden aan dat de vergeling van de prints te wijten is aan de sulfuratie van het beeldzilver. Deze kan veroorzaakt worden door een uitgeput fixeerbad, een onvoldoende spoeling of door gasachtige bezoedelingsproducten.

Dit werd later dikwijls bevestigd en uitgebreide studies toonden ondermeer aan dat verdamping van sommige verven, onderhoudsprodukten, verpakkingen van slechte kwaliteit en sommige lijmsoorten ernstige beeldbeschadiging kunnen veroorzaken.

De eerste fotoprocédés met hun bijzonder zwakke beeldstabiliteit waren aldus blootgesteld aan foutieve behandelingen waaraan zich de beschadigingen door bezoedeling of door archiveringsmaterialen van slechte kwaliteit toevoegden. Meer recent heeft men getracht te begrijpen waarom deze eerste fotoprints minder stabiel waren dan onze hedendaagse emulsies en is men door onderzoek met de electronenmicroscoop tot de bevinding gekomen dat de procédés met directe verzwarting fotolytische zilverkorrels opwekken terwijl de ontwikkelings-procédés filamentaire zilverkorrels veroorzaken.

Gezien de chemische reacties zich aan het oppervlak van de zilverkorrels voordoen en de fotolytische zilverkorrels over een uitgebreider specifiek oppervlak beschikken, zijn de beschadigingen ook belangrijker dan bij de filamentaire zilverkorrels.

De beeldverbleking waarbij verlies van detail in de hoge lichten, een verbleking over het ganse beeld en een kleurverschuiving naar geel vastgesteld worden zijn karakteristiek voor de oxydatieve-reductieve beschadiging waaraan alle P.O.P. procédés onderworpen zijn en die een gevolg zijn van vochtigheid.5 Ongeveer 90% van alle 19de eeuwse fotoprints zijn fotolytische zilverbeelden van verschillende types. Zij verbleken in omgekeerde verhouding tot hun originele densiteit; hoe hoger de densiteit van het origineel beeld, hoe meer weerstandbiedend het is tot verbleking.

Identificatie

Zoutdrukken zijn dus prints met een éénlagige structuur; onder visuele en microscopische analyse heeft het printoppervlak het uitzicht van een ongecoat papiervel, zonder baryta- noch bindlaag, waarbij de ineengestrengelde papiervezels duidelijk zichtbaar zijn.
Onder de zakmicroscoop is het alsof het fotobeeld de bovenste papiervezels kleurt in oppositie tot een gedrukt beeld waarbij de inkt op het papieroppervlak rust en zichtbaar is als een geïsoleerde blinkende massa.

Indien men deze karakteristiek identificeert en indien het beeld bovendien warmkleurig is en tekenen van verbleking vertoont dan kan men aannemen dat de geanalyseerde print een zoutdruk is.

De zoutdruk werd soms nabehandeld met een topcoating van albumine.

Bibliografie

ANON. - First Report of the Committee Appointed to Take into Consideration the Question of the Fading of Positive Photographic Pictures Upon Paper.Journal of Photographic Science, vol.2, n°36, 1855

BARGER, Susan, M. - Bibliography of Photographic Processes in Use Before 1880. The Graphic Arts Research Center, RIT, Rochester, 1980.

CARTIER-BRESSON, Anne. - Les papiers salés: altération et restauration des premières photographies sur papier. Les annales photographiques de la ville de Paris, Paris-Audiovisuel, 1984.

COE, Brian. - Techniques of the World's Great Photographers. Chartwell Books, Inc.,New Jersey, 1981.

COE, Brian. - A Guide to Early Photographic Processes. V & A Museum, London, 1983.

CRAWFORD, William. - The Keepers of Light, Morgan & Morgen, N.Y., 1979.

GENT, Megan. - Prints and Permanence: A Review of 19th Century Photographic Processes with Particular Regard to the Chemical Stabilityof the Image. Essay. Royal College of Art. V&A, London, 1992

GRAY, Michael - Problems of Photographic Conservation: An Overview and Examination of Contemporary Knowledge and Data, Talbot to Hardwich,1835 to 1855. Proceedings: Photographs: Past, Present & Future. Windermere, 1992.

HANSCH, M. - Frühe Photographiën: Ihre Technik und Restaurierung. Kabinet Verlag, Uwe Scheid, 1985.

HENDRIKS, Klaus, & PALMER, Rick - On the Causes of Edge Fading in Early Photographic Prints. Topics in Photographic Preservation AIC, vol.5, 1993

JACOBSON, K. - Problematic Low-Sheen Salt and Albumen Prints: A Proposed Nomenclature. History of Photography, vol.15, n°4, 1991.

JONES, Bernard, Ed. - The Encyclopedia of Early Photography, Bishopsgate Press, London, 1981.

KOCKAERTS, Roger - Identificatie, technologie en conservatie-restauratietechnieken van historische fotoprocédés. Deel 1: procédés gebaseerd op de lichtgevoeligheid van zilverzouten. Uitgave pH7, Brussel, 1996.

LAVEDRINE, Bertrand. - La conservation des photographies.Presses du CNRS, Paris, 1990.

MAES, Herman. - Onderzoek naar papiersoort en toegevoegde stoffen op de zoutdruk. N.P. - Hogeschool Antwerpen, KASKA, C&R fotografie, 1997.

MAES, Herman.- Papierkeuze voor toepassing van het zoutdrukprocédé en inkjetprinting aan de hand van chemische analyse en verouderingscriteria. N.P. Hogeschool
Antwerpen, KASKA, C&R fotografie, scriptie 1998-1999.

NADEAU, Luis. - Encyclopedia of Printing, Photographic & Photomechanical Processes
1 & 2. Atelier Nadeau, Fredericton, Canada, 1989.

OSTROFF, Eugene. - Early Fox Talbot Photographs and Restoration by Neutron Irradiation.The Journal of Photographic Science, 3, 1965.

OSTROFF, Eugene.- Talbot's Earliest Exant Print: June 20, 1835, Rediscovered.
Photographic Science & Engineering, vol.10, n°6, 1966.

REILLY, James, M. - The Albumen & Salted Paper Book, Light Impressions, Rochester,1980.

REILLY, James, M.- Care and Identification of 19th Century Photographic Prints.
Kodak Publication G-2, 1986.

REINHOLD, Nancy. - The Exhibition of an Early Photogenic Drawing by Henry Fox Talbot.
Topics in Photographic Preservation, AIC, vol.5, 1993

VANDEKERKHOVE, Henk. - Historische fotografische procédés, Gent, 1988.

VAN MON CKHOVEN, Désiré. - Traité général de photographie, Gand, 1899.

WEINSTEIN, Robert & BOOTH, Larry. - Collection,Use and Care of Historical Photographs. American Association for State and Local History, 1977.

 

BACK