De barietemulsie Historisch gezien werden de fotoprints eerst gemaakt op katoenvezelpapier dat verlijmd werd zodat de emulsie er niet kon indringen. De textuur van het papier beïnvloedt de manier waarop het licht van de print weerkaatst.
Rond 1865 werd het idee vooropgesteld een glad substraat voor de emulsie te vormen door op het papier een mengsel van bariumsulfaat en gelatine aan te brengen. Niet op alle papieren werd bariet gebruikt en tot de tweede wereldoorlog kon men fotopapier met een zeer grove textuur verkrijgen.
De fotografische papierdrager moet zo bestendig en zo permanent mogelijk zijn. het papier mag niet chemisch inwerken op de zilverhalogenide-emulsie. Het moet tevens fysisch en chemisch weerstandbiedend zijn aan de verschillende scheikundige behandelingen nodig om het zilverbeeld op te wekken. Het aldus bekomen fotografisch document moet vervolgens onder ideale bergingsvoorwaarden bijna oneindig lang kunnen bewaard worden.
Omwille van de veranderlijke kwaliteit en de relatieve zeldzaamheid van de toen voorhandige katoenlompen moest een uniform basismateriaal gevonden worden. Houtpulp was een potentiële bron. Men verwijderde de onzuiverheden zodanig dat de cellulose in zuiverheid gelijkaardig was aan deze van vers geplukt katoen. De zuiverheid van deze houtpulp moest echter tot in het eindproduct, het papier, behouden blijven. Uitgebreid onderzoek leverde tenslotte een houtpulppapier van hoogstaande kwaliteit dat in niets moest onderdoen tegenover papier vervaardigd van uitgekozen lompen. Een fotografische emulsie op houtpulppapier heeft volgens uitvoerige studies evenwaardige conserveringseigenschappen als een identieke, op een glasplaat gegoten, emulsie. Vanuit het oogpunt van de permanentie voldoet het gerafineerde houtpulppapier eveneens aan de hoogste eisen. Het traditioneel lompenpapier verdween aldus van de fotomarkt en werd vervangen door de gestabiliseerde cellulosemengsels waarvan hierboven sprake.
Bij conventioneel fotopapier wordt op de papierdrager een eerste laag gelatine gegoten waarin het bariumsulfaat of bariet bevat is. Hieraan voegt men soms gelatineverharders en optische witmakers of verven aan toe om een gladde opake basis te bekomen waarop de uniform dikke emulsielaag gegoten wordt. De lichtgevoelige emulsie bevat zilverhalogeniden van gegeven afmetingen, vorm en lichtgevoeligheden in een gelatinemedium om de chemische ontwikkeling te kunnen uitvoeren.
Boven de emulsielaag wordt een beschermlaag aangebracht bestaande uit gelatine en verharders. En mat papier wordt bvb. bekomen door aan deze laag een mattend middel, gewoonlijk stijfsel of colloïdaal silicaat tot te voegen. Het is deze laag die de textuur van het fotopapier bepaalt en aldus ook zijn reflectievermogen zoals aangetoond in volgende figuur.
Soorten barietpapier
Zilverbromidepapier
De hoofdkarakteristieken van bromidepapier zijn: een hoge lichtgevoeligheid, een relatief beperkt belichtingsbereik en een diepzwarte en in 't algemeen neutrale toonwaarde die relatief gemakkelijk chemisch omgekleurd kan worden.
Ilfobrom vertoont deze karakteristieken en wordt met zijn zes gradaties en zijn zuiver witte drager veelal als het basis zilverbromidepapier beschouwd.
Agfa Brovira van oudsher bekend voor zijn koude toonwaarde, wordt niet meer als barietpapier gefabriceerd
Forte Bromofort blijkt nu de fakkel over te nemen..Chloridepapier
Het chloridepapier heeft een hoog percentage aan zilverchloride en is hierdoor zeer traagwerkend en warm van toonwaarde. Het is meestal een contactpapier dat nog uiterst zeldzaam gefabriceerd wordt.
Vroeger (1885 tot 1940) droeg dit papier ook de naam van "gaslichtpapier". Het gaslicht in de huiskamer leverde voldoende licht voor contactbelichting en, bij verwijdering van de lichtbron, veilig ontwikkelen.Chlorobromidepapier
(40% zilverbromide + 60% zilverchloride)Chlorobromidepapier heeft een lage lichthevoeligheid, een tamelijk groot belichtingsbereik, veel detail in de schaduwpartijen zonder maximale zwarting en een bijzondere tonaliteit die men door de samenstelling van de ontwikkelaar kan veranderen van bruin tot olijfgroen.
Eén van de meest gebruikte papieren van deze groep is zonder twijfel het Record Rapid papier van Agfa-Gevaert.
Andere papiersoorten zijn: Kentmere Kentona & Art Classic, Sterling Tapestry, Oriental Portrait, Kodak Ektalure en Forte Fortezzo Museum.Bromochloridepapier
(40% zilverchloride + 60% zilverbromide)De kleurvariaties met deze papiersoort zijn minder gevoelig dan bij de chlorobromidetypes. Zo geeft seleniumtoning meestal een meer purperachtige beeldkleur.
Papiersoorten in deze categorie bevatten Ilford Galerie en Oriental Seagull.VC - papier
Het barietpapier met variabel contrast maakt op zichzelf een aparte categorie uit. Het grote voordeel van dit soort papier is de mogelijkheid om lokaal het beeldcontrast te kunnen veranderen door filtrering met een menging van gele en magenta filters..
Het bestaat uit twee lichtgevoelige lagen die beide aan een verschillend gedeelte van het lichtspectrum gevoelig zijn en hierdoor het gebruik van een reeks kleurfilters vergen. Alle grote papiermerken hebben heden hun eigen VC-papier.
Het type van vergroterslichtbron verandert eveneens het printcontrast: condensatorlicht = + contrast en koud cathodelicht = + zacht
Forte Polywarmtone VC & Polygrade, Agfa Classic, Ilford Multigrade FB, Kodak Polymax Fine Art en Kentmere Fineprint zijn voorbeelden van befaamde VC barietpapiersoorten.
BACK