Introductie
De zogenaamde edele procédés zijn gebaseerd op chemische reacties die overeenkomen met deze in gebruik met de conventionele zilverprocédés. De fotografische emulsies kunnen, vanuit chemisch oogpunt, in drie groepen ingedeeld worden: de procédés gebaseerd op het gebruik van zilverzouten, de procédés die ijzerzouten gebruiken en deze gebaseerd op het gebruik van chroomzouten.
De procédés gebaseerd op de lichtgevoeligheid van chroomzouten bestaan uit de historische en hedendaagse versies van:
- de gomdruk;
- het kooldrukprocédé;
- het oliedrukprocédéen eveneens een groot aantal afgeleide procédés.
Chromaatzouten, voornamelijk bichromaten, vormen op zich geen visueel beeld. Vermengd met natuurlijke colloïden zoals gelatine, caseïne, stijfsel of arabische gom wordt de structuur ervan veranderd zodat beeldvorming mogelijk wordt.
De gomdruk
De gomdruk berust op het eenvoudige principe dat een organische stof (arabische gom) in combinatie met een chroomzout (kalium- of ammonium-bichromaat) lichtgevoelig is en op een drager kan aangebracht worden. De lichtgevoeligheid is echter gering zodat alleen een contactdruk het beeld kan overdragen.
Op de plaatsen waar de emulsie door het licht getroffen wordt, treedt er een verharding op zodat de emulsie er wateronoplosbaar wordt. Indien men aan de lichtgevoelige emulsie een kleurstof toevoegt dan is het duidelijk dat een dergelijke op een papierdrager aangebrachte emulsie, een gekleurd beeld oplevert door "ontwikkeling" in gewoon water.
Hoewel de gomdruktechniek reeds gekend was vanaf 1855 komt het procédé pas rond de eeuwwisseling in de belangstelling. Het hoogtepunt ervan ligt echter bij het picturialisme en de photo-secession. Men maakte er gebruik van combinatiedruk waarbij een zachte gomdruk bovenop een scherpe platinadruk aangebracht wordt.
Gomdruk kan in verschillende transparante of opake lagen op alle min of meer absorberende materialen aangebracht worden: papier, textiel, leder, steen,...
De gebruikte techniek is in de eerste plaats afhankelijk van het beoogde resultaat. Door zijn verscheidenheid in uitzicht en de talloze mogelijke combinaties neemt de gomdruk een aparte plaats tussen de fotografische procédés in.
Het procédé werkt best in bepaalde omstandigheden:
- het oppervlak van de papierdrager moet genoeg textuur bezitten opdat de wateronoplosbare laag er plaatselijk mee in contact blijft in de lichtere toonschaal; bij glad papier zullen alleen de schaduwpartijen op de papierbasis weerhouden worden;
- de gevoelige laag moet dun en even aangebracht worden om een goede hechting tijdens de ontwikkeling te bekomen;
- indien teveel pigment gebruikt werd zal er vlekvorming op de papierdrager ontstaan;
- een rijke beeldtoon wordt alleen bekomen na meerdere lagen in perfecte registratie aangebracht en geprint te hebben.
Conservatie -restauratie
Vanuit het oogpunt van de conserveringskwaliteit toont de gomdruk weinig overeenkomst met deze van de meeste andere fotoprocédés. Tussen de elementen die de conserveringskwaliteit bepalen vindt men:
- de kwaliteit van de gebruikte papierdrager;
- de kwaliteit van de arabische gom;
- de kwaliteit van de gebruikte kleurstoffen;
- de aanwezigheid tussen de papiervezels van chromaatzouten bij defecte spoeling;
- lange blootstelling aan licht en lucht.De papierdrager zal bij veelvuldige blootstelling aan licht vergelen, terwijl de blootstelling aan de atmosferische bezoedeling zoals geweten de hydrolyse van de papiervezels in de hand werken.
Zelfs de meest uitgekozen arabische gom kan bij ongunstige klimaatsomstandigheden onderhevig zijn aan beschadiging door micro-organismen.
De gebruikte kleurstoffen hebben een zeer grote invloed op de bestaansduur van de gomdruk. Zo zullen de meeste organische kleurstoffen fel verbleken bij langdurige blootstelling aan licht. Pigmenten zijn zeer weerstandbiedend aan chemische aanval en zijn bovendien zeer lichtstabiel.
Er bestaan een aantal referentiewerken i.v.m. de gomdruktechniek, waarvan hieronder een kort overzicht. Ook sommige websites zijn aan deze bijzondere druktechniek gewijd.
CRAWFORD, William. - The Keepers of Light, Morgan & Morgan, Dobbs Ferry, New York, 1979.
DONNAY, Thierry - La fabrication artisanale de papier photographique, Anvers, 1999. http://www.photogramme.org
The World Journal of Post-Factory Photography, New-York. editor@post-factory.org
De website van Hamish Stewart is een onschatbare bron van informatie over gomdruk: http://perso.wanadoo.fr/hamish/gumphoto.html
Peter Charles Fredericks spreekt over zijn Fotempera procédé op:
http://www.fotem.demon.co.uk/petframe.htm
De kooldruk
Dit procédé is eveneens gebaseerd op de eigenschap van een dichromaat-gelatinelaag om wateronoplosbaar te worden na belichting. De actie is evenredig tot de hoeveelheid licht en pigment (traditioneel wordt koolzwart gebruikt, vanwaar de benaming kooldruk) in de gelatinelaag dat het beeld vormt.
De gepigmenteerde dichromaat-gelatinelaag wordt op een voorlopige papierdrager (pigmentpapier) aangebracht.
De verharding van de gelatine is evenredig tot de hoeveelheid licht die doorheen het negatief gaat. De meest transparante delen van het negatief (de schaduwpartijen) laten best het licht door waardoor de gelatine er het meest verhardt. De meest dense delen van het negatief (de hoge lichten) laten minst het licht door waardoor de gelatine er wateroplosbaar blijft.
Bij een warme waterspoeling wordt de wateroplosbare gelatine verwijderd. In de middengrijswaarden ontstaat er aldus een hechtingsprobleem aan de papierdrager dat omzeild wordt door, na de belichting, aan de emulsiekant een definitieve papierdrager aan te brengen.
Deze sandwich is dan klaar om de wateroplosbare gelatine in warm water (40°C) op te lossen en de papierbacking te verwijderen. Het eindresultaat bestaat dan uit een reliëf van gepigmenteerde gelatine.
Er bestaan twee versies van het kooldruk transferprocédé:
-de enkelvoudige transfer;
- de dubbele transfer.Bij de enkelvoudige transfer staat het beeld in principe spiegelverkeerd. Bij de dubbele transfer gebruikt men eerst een voorlopige waterproof drager uit plastiek of geolied papier, waarna de definitieve papierdrager aangebracht wordt.
Vervaardigen van pigmentpapier
Het blijkt niet eenvoudig precies gedefinieerde formules te hanteren gezien de juiste verhoudingen van een relatief groot aantal factoren afhangen zoals:
- gelatineverharding en sterkte;
- coatingstemperatuur en techniek;
- pigmentopaciteit en hoeveelheid, e.d.Men hoeft dus te experimenteren en een standaardprocedure op punt te zetten.
Een nogal dikke gepigmenteerde gelatine-emulsielaag wordt aan één zijde van een papierdrager aangebracht.
Een nogal dun en glad papiervel wordt in heet water geweekt, afgedrupt en in intiem contact met een polyestervel of glasplaat gebracht.
Het werkoppervlak waarop dit ensemble rust moet perfect waterpas staan om een homogeen dikke gelatinelaag te kunnen aanbrengen.
De warme (45 - 50°C) pigmentemulsie wordt dan over het papiervel gegoten, zonder toevoeging van luchtbellen en/of schuim.
Zodra de emulsie uitgegoten is, wordt deze, door middel van een fijne haarkam, tot aan de boorden uitgestreken. Deze operatie dient snel te gebeuren vooraleer de gelatine opstijft.
Na opstijving wordt het papiervel voorzichtig losgemaakt en te drogen gehangen. De glasplaat wordt dan onmiddelijk in warm water afgewassen.
De publicaties van Luis Nadeau blijven standaardwerken over het kooldrukprocédé.
Zie ook zijn web site op: http://www.photoconservation.com/
NADEAU, Luis. - History and Practice of Carbon Processes, Atelier Nadeau, Fredericton, Canada, 1982.
NADEAU, Luis. - Modern Carbon Printing, Atelier Nadeau, Fredericton, 1986.
De oliedruk en broomoliedruk
Bij de oliedruk wordt een met een dikke gelatinelaag bedekt vel papier gesensibiliseerd met dichromaat en vervolgensafgedrukt in contact met een negatief. De gelatine verhardt in verhouding tot het doorgedrongen licht. Het papier wordt dan geweekt in koel water waar de gelatine begint te zwellen. De zwelling is het belangrijkst in de hoge lichten die het minst verhard werden.
De gelatine "matrijs" wordt afgedroogd en, in vochtige toestand, geïnkt met een stijve olieachtige lithografische inkt. Vermits olie en water zich niet vermengen zal de inkt de verharde schaduwpatijen kleuren en niet, of minder, de licht partijen.
Het broomolieprocédé (bromoil) is afgeleid van de oliedruktechniek. Een contactprint of een vergroting op een gepast zilverbromidepapier wordt gebleekt in een speciale oplossing die het beeld afbleekt en de gelatine verhardt. Deze behandeling laat toe de broomolieprint te inkten zoals bij de oliedruk.
De geschiedenis van olie- en broomoliedruk staat rechtstreeks evenredig tot deze van de kooldruk die hierboven beschreven werd. Poitevin's patent beschreef tevens een variatie op de kooldruk waaruit de oliedruk regelrecht kan van afgeleid worden.
Voor 1900 experimenteerden E. Asser, Th. Bolas, Captain Abney, Mariot en Trutat allen met afgeleide procédés. Het was echter G.E.H. Rawlins die in 1904 voor de practische heropleving van de oliedruk moet gecrediteerd worden.
E.J. Wall beschreef in 1909 de chemische reacties van het broomolieprocédé zonder het ooit geëxperimenteerd te hebben. Het was vervolgens C.W. Piper die deze theoretische beschouwingen in het practische broomolieproces omzette.
In 1911 introduceerde R. Demachy het olie-transferprocédé.
In de vroege jaren van de oliedruk kon men minstens 18 verschillende papiersoorten voor oliedruk van zes fabricanten op de handelsmarkt verkrijgen.
Later verdrong het broomolieprocédé gaandeweg de oliedruk voor dezelfde reden dat carbro meer populair werd dan kooldruk. Olie- en broomoliedruk werden vooral gebruikt door de picturalisten tijdens het tijdperk van de picturale kunstfotografie.
Alfred Stieglitz de belangrijkste vertegenwoordiger van deze internationale stroming, die haar hoogtepunt bereikte tussen 1890 en 191412, erkende de belg Léonard Misonne als de grootste picturalist aller tijden.
Léonard Misonne (1870 - 1943) werd door de kunstcriticus Cyrille Ménard "Koning van het Landschap" genoemd. Aanvankelijk, van 1896 tot 1915, werkte Misonne met de kooldruk. Hierna, van 1915 tot 1935, produceerde hij zijn landschappen door middel van de oliedruk. De mediobroomdruk, een variante op de broomoliedruk, was een eigen vinding van Misonne, die hij hanteerde van 1935 tot 1943, het jaar van zijn dood.
NADEAU, Luis. - History and Practice of Oil and Bromoil Printing, AtelierNadeau, Fredericton, 1985.