Het Pt-Pd ontwikkelingsprocédé

Bereiding van de lichtgevoelige oplossing

De lichtgevoelige oplossing wordt in drie afzonderlijke basisoplossingen bereid. Deze worden onmiddellijk, voor ze op het papier aan te brengen, in welbepaalde verhoudingen gemengd. Men gebruikt exclusief bekers en gebruiksvoorwerpen in glas of plastiek. Ieder contact met metaal moet vermeden worden.

Ieder van de drie basisoplossingen wordt in een goed afgestopt en gemerkt bruin flesje bewaard. Dit laatste bevat bij voorkeur een druppelteller. Deze flesjes worden van warmte en licht behoed. De druppeltellers mogen in geen geval omgewisseld worden. De chemische produkten worden in de volgorde van de formule opgelost.

Oplossing n°1 (Platina & Palladium)

- gedistilleerd water op 50°C ............. 55 ml
- oxaalzuur ............................................... 1 g
- ijzeroxalaat ...........................................15 g

Oplossing n°2 (Platina)

- gedistilleerd water op 50°C ..............55 ml
- oxaalzuur ............................................... 1 g
- ijzeroxalaat ...........................................15 g
- kaliumchloraat .................................. ;0,3 g

Oplossing n°2a (Palladium)

- gedistilleerd water op 50°C ..............55 ml
- oxaalzuur ................................................1 g
- ijzeroxalaat ...........................................15 g
- kaliumchloraat ....................................0,6 g

Oplossing n°3 (Platina)

- gedistilleerd water op 40°C .............. 55 ml
- kaliumchloroplatiniet ............................10 g
Bij kamertemperatuur kan er op de bodem van het flesje een kristallisatie optreden. In dit geval verwarmt men het flesje op 50°C alvorens de oplossing te gebruiken.

Oplossing n°3a (Palladium)

- gedistilleerd water op 40°C ............... 55 ml
- natriumchloropalladiet ........................... 9 g

Oplossing 3b (Palladium)

- gedistilleerd water op 40°C ............... 55 ml
- palladiumchloride ......................................5 g
- natriumchloride .....................................3,5 g

De lichtgevoelige oplossing wordt in een aantal druppels gemeten. Het aantal druppels van de ijzeroplossing moet overeenkomen met het aantal druppels van de edelmetaaloplossing

De basisoplossingen worden in een glazen of plastic bekertje gemengd. Men moet het penseel licht met gedistilleerd water bevochtigen (enkele druppels) en het penseel vervolgens zo goed mogelijk uitwringen om te vermijden dat het teveel kostbare lichtgevoelige oplossing opslorpt.

Uitstrijking van de lichtgevoelige oplossing

Het is aanbevolen het te behandelen papieroppervlak niet met de vingers aan te raken. Men bevestigt het papiervel op een stevig werkoppervlak, bv. een houten plank, of een stuk glas of plexiglas. Men draagt bij voorkeur beschermhandschoenen en een schort.

De uitstrijking kan uitgevoerd worden onder een gele verlichting, bv. een natriumlamp van 589 nm.

Het penseel wordt in de lichtgevoelige oplossing gedopt, die door capillariteit in het penseel dringt. Men strijkt de lichtgevoelige oplossing met snelle en lichte penseelstreken uit volgens onderstaand schema.

Men dekt een oppervlak ietwat groter dan het te drukken negatief. De oplossing wordt zo goed mogelijk uitgestreken zonder een perfekt uniforme laag te willen bekomen. Zolang er voldoende gevoelige oplossing tussen de papiervezels achterblijft om te reageren op de geringe hoeveelheid licht dat het negatief doorlaat,

Men stopt met de uitstrijking wanneer de gevoelige laag uniform is en het papieroppervlak droog lijkt. Teveel wrijving met het penseel kan strepen en lokale schuurletsels van het papier veroorzaken.

Men wast het penseel zorgvuldig na ieder gebruik om bezoedeling van de volgende prints te vermijden.

Men droogt het papier aan de lucht onder inactinische verlichting, of beter in volledige duisternis, gedurende een tiental minuten. Men kan eveneens drogen onder matige verwarming met behulp van een electrische verwarmingsplaat of een haardroger gedurende ongeveer twee minuten. Men houdt de warmtebron op een minimumafstand van 30cm van het papieroppervlak.

Platina-palladiumpapier is hygroscopisch. Het absorbeert water uit de atmosfeer. Indien het papier teveel water opslorpt bekomt men korrelachtige en reliëfloze hoge lichten. De droging onder warmtetoevoer controleert gedeeltelijk het vochtigheidsprobleem en heeft het voordeel vlug de lichtgevoelige laag te drogen vooraleer deze te ver tussen de papiervezels kan dringen. Hiervoor is het nuttig de emulsie zo vlug mogelijk te drogen zonder oververhitting van het papier. Verschillende bronnen stellen een maximale temperatuur van 50°C voor. Hogere temperaturen kunnen de ijzerzouten reduceren en zwarte vlekken in het beeld veroorzaken.

Het is aanbevolen het lichtgevoelig platina-palladiumpapier zo vlug mogelijk te gebruiken. Indien het platina-palladiumpapier toch gedurende een zekere tijd moet bewaard worden is het aangeraden het warm te drogen en het samen met een silicagelcapsule in een verzegelde omslag op te bergen.

De druksnelheid van de verschillende combinaties van lichtgevoelige oplossingen hangt af van de hoeveelheid kaliumchloraat die in de lichtgevoelige oplossing bevat is. Een verhoogde hoeveelheid kaliumchloraat in de basisoplossing n°2 verlaagt de druksnelheid en verhoogt het contrast.

Een betere controle van de tonaliteit en van het contrast wordt bekomen door middel van een dubbele lichtgevoelige laag. Het resultaat hiervan bestaat uit een rijker en meer gecontrasteerd beeld dan dit bekomen met één enkele laag.

De belichting

Men gebruikt een klassiek drukraam dat aan de rugzijde twee opklapbare pannelen bevat die een visuele indruk van het beeld tijdens de belichting toelaten, zonder verlies van de beeldregistratie.

Het Pt-Pd procédé kent zodanig veel variabelen dat men moeilijk een typebelichting in verhouding tot de gebruikte lichtgevoelige oplossing kan aanbevelen.
Men doet er best aan voor ieder negatief de ideale belichtingstijd te bepalen door het belichten van teststrips of, op een meer wetenschappelijke manier, door gebruik van een grijswig en een densitometer.

Vermits het een direct verzwartingsprocédé is kan het belichte beeld visueel gekeurd worden om er de belichting van te schatten. Hiervoor leeft men volgende instructies na:
- altijd het beeld bekijken op een plek zonder UV stralingen;
- de details van de schaduwpartijen moeten goed gevormd zijn;
- de details van de middengrijswaarden moeten juist waarneembaar zijn;
- in de hoge lichten mag men geen detail bemerken, zoniet heeft men sterk overbelicht.

De ontwikkeling

De meest gebruikte ontwikkelaar sinds de uitvinding van het procédé is kaliumoxalaat, K2C2O4H2O.

Kaliumoxalaat is schadelijk bij huidcontact en bij inademing. Buiten het bereik van kinderen bewaren. Kaliumoxalaat is dodelijk bij inslikking van kleine hoeveelheden.

Een bereidingsmethode met kaliumcarbonaat en oxaalzuur werd beschreven door Sullivan17. De basisformule bevat:

- kaliumoxalaat .................................. 500 g
- water .............................................. 1500 ml

De ontwikkelaar moet chemisch neutraal of licht zuur zijn. Indien nodig een weinig oxaalzuur toevoegen. Teveel zuur kan oorzaak zijn van een onvoldoende reductie van de platina. De ontwikkeloplossing kan gebruikt worden bij kamertemperatuur, of verwarmd tot 32-37°C hetgeen zijn uitwerking versterkt.

De uitwerking van het ontwikkelbad is quasi onmiddellijk. Men ontwikkelt ofwel door snelle onderdompeling of door snelle uitgieting van het ontwikkelbad op de print.

De minste aarzeling kan blijvende merken nalaten. Men moet ontwikkelen tijdens 1 tot 2 minuten, bij kamertemperatuur. Een verlenging van de ontwikkeltijd heeft geen uitwerking op de printdensiteit.

De ontwikkelaar blijft quasi voortdurend bruikbaar. Sommige auteurs vinden dat de ontwikkelaar bij gebruik verbetert.

Na doorgang van een aantal prints vormt er zich een neerslag in de ontwikkelaar. Deze kan door filtrering verwijderd worden. Hierna vult men de ontwikkelaar bij met een verse oplossing. Men bekomt warmere beeldkleuren door opwarming van de ontwikkelaar. Hiermee komt daarentegen een vermindering van het contrast overeen.

Warme tonen met kwikchloride-ontwikkelaar

Een andere methode om warme tonen te bekomen bestaat uit de toevoeging van kwikchloride aan de ontwikkelaar. Kwikchloride is giftig en moet voorzichtig gemanipuleerd worden.

De kwikchloride-ontwikkelaar kan gebruikt worden op 21°C. Een toename van de hoeveelheid kwikchloride en/of van de temperatuur verhoogt het effect en verandert de beeldkleur van warmzwart tot bruin en sepia. De kleur hangt eveneens af van de papierkeuze.

Men bereidt een 10% oplossing door 10g kwikchloride op te lossen in 80ml water en deze oplossing aan te vullen tot 100ml. Men bewaart deze oplossing in een gesloten fles.

Koude tonen

Blauwzwarte tonen kunnen bekomen worden door toevoeging van kaliumfosfaat aan de oxalaatontwikkelaar.

- kaliumoxalaat ................................ 180 g
- kaliumfosfaat ................................... 60 g
- water ............................................1000 ml

Deze ontwikkelaar wordt gebruikt op 21°C.

 

De opklaring

Nadat de platina-palladium beeldvorming door de ontwikkeling voltrokken werd, moet het steeds lichtgevoelige resterende ijzeroxalaat uit de papiervezels verwijderd worden, opdat het beeld niet zou blijven verzwarten. Dit gebeurt in twee tot drie opeenvolgende zwakke zuuroplossingen. De meest gebruikte zuren zijn: chloorzuur, citroenzuur en EDTA. De twee laatsten zijn niet giftig en ook niet corrosief voor de huid. Men neemt volgende verhoudingen:

- water ............................................ 1500 ml
- citroenzuur of EDTA ....................30 g

Na de ontwikkeling laat men de print afdruipen en spoelt men ze gedurende 1 tot 2 min. in gedistilleerd water. Hierna behandelt men ze opeenvolgens gedurende 5 min. onder agitatie in de opklaringsbaden.

Wanneer het eerste opklaringsbad na veelvuldig gebruik vergeelt, vervangt men het door het tweede, hetwelk op zijn beurt door een verse oplossing vervangen wordt.

De opklaring is een belangrijke stap in het platina-palladiumprocédé. Hiervan zal in grote mate afhangen of de eindprint na zekere tijd al dan niet vergeelt of gele vlekken vertoont.

De eindspoeling

De eindspoeling van de PtPd druk dient zeer goed verzorgd te worden om alle contaminerende elementen van de ontwikkeling en van de opklaring, die bij-dragen tot de chemische afbraak van de papiervezels, te verwijderen.

Een efficiënte methode bestaat erin de print in een met zuiver water gevulde kom te spoelen gedurende een minuut en daarna het spoelwater volledig te vervangen. Deze operatie wordt een vier- tot vijfmaal herhaald alvorens de print in een archivale spoelbak te spoelen.

Drogen

Het drogen gebeurt aan de lucht na het overtollige water van de eindspoeling verwijderd te hebben door de print tussen twee polyestervellen af te strijken. Meestal verkrijgt men na droging een volledig vlakke print. In het tegengestelde geval kan deze vlakgemaakt worden in een warmtepers op 80°C, of onder druk, tussen een stapel zuurvrije vloeipapieren.

TERUG