Sir John F. W. Herschel (1792-1871) ontdekte de lichtgevoeligheid van ijzerzouten vanaf het begin van de jaren 1840 en beschreef het cyanotypieprocédé in een toespraak tot de Royal Society op 16 juni 1842. Twee maanden later legde Herschel eveneens de basis van het latere kallitypieprocédé in een postscriptum aan zijn origineel artikel.
Fotografie was echter slechts bijzaak in het werk van deze beroemde sterrekundige die meer dan 525 nieuwe hemellichamen ontdekte. Herschel gebruikte het cyanotypieprocédé als een soort fotokopie voor het kopiëren van zijn nota's en berekeningen.
Herschel ontdekte dat de ijzer(III)zouten (ferri-zouten) onder de invloed van licht kunnen omgevormd worden tot ijzer(II)zouten (ferro-zouten). Voor zijn cyanotypie (later bekend als "blauwdruk") streek Herschel papier in met ferrichloride of met bruin ferri-ammonium citraat en kalium ferricyanide. Na belichting onder een min of meer transparant object of negatief, werd een blauw positief beeld afgedrukt dat na waterspoeling en droging nog dieper blauw overkwam.
Hij bestudeerde een aantal varianten op dit basisprocédé. In één ervan sensibiliseerde hij papier alleen met ammoniumcitraat en belichtte het onder een positief. Een ontwikkeling in kalium ferrocyanide produceerde een direct-positief beeld.
Anna Atkins gebruikte de cyanotypie in haar botanische studies en produceerde een zeer gelimiteerde uitgave van haar "Photographs of British Algae: Cyanotype Impressions" vanaf 1843.
Anna Atkins Als conventioneel fotografisch drukprocédé werd de cyanotypie gebruikt door Gustave Le Secq voor zijn illustraties van gotische constructies in Parijs.
Later, rond de eeuwwisseling werd het cyanotypieprocédé eveneens gebruikt door sommige picturalisten waaronder Clarence White.
anon Door zijn diep blauwe kleur heeft de cyanotypie echter nooit een echt populair sukses gekend. De cyanotypie of blauwdruk werd vooral door de architecten en ingenieurs als planafdruksysteem van bouw- en werktekeningen gebruikt.
Recent heeft de beweging rond de alternatieve fotografie verschillende oude procédé's, waaronder de cyanotypie, terug op de voorgrond gebracht. Het is het procédé bij uitstek van iedere debutant van historische procédé's en ook van ingewijden die het gebruiken in hun artistieke creaties juist omwille van zijn originele kleurschakeringen of in combinatie met andere druktechnieken.
Bo Sørensen
Om een cyanotypie te bekomen wordt een vel papier ingestreken met een oplossing van ammonium ijzercitraat en kalium ferricyanide. Na droging wordt het lichtgevoelige papier belicht onder een negatief, het wordt gespoeld in gewoon leidingswater en na droging bekomt men een beeld in Pruissisch blauw. Het beeld is permanent: de blauwe kleur wordt bekomen door chemische reactie, en niet door kleurstof.
De cyanotypie vreest een alkalische omgving. Bijgevolg gebruike men liefst nooit een alkalisch papier; ook niet als conserveringsfolder of zuurvrije passe-partout.
TERUG